Composteren

Composteren kun je leren…

Zo maak je de ideale composthoop

Besteed de nodige aandacht aan de composthoop of het -vat. Dan voorkom je dat er broeikasgassen ontstaan.

  • Zorg voor goede doorluchting. Zorg voor voldoende lucht in de hele composthoop. Dat doe je door ongeveer elke zes weken de composthoop geheel ondersteboven te keren (‘omzetten’). Dat versnelt het composteerproces. In een halfopen of gesloten compostvat kun je organisch afval niet omzetten. In zo’n systeem is een gevarieerde gft-samenstelling extra belangrijk.
  • Zorg voor variatie. Een composthoop moet zo gevarieerd mogelijk zijn: vochtig en droog materiaal, slap en stevig, grof en fijn, koolstofrijk (zaagsel, snoeihout, stro, boombladeren) en stikstofrijk (gras, mest, tuinafval). Heb je veel tuinafval, leg dit dan niet in één keer, maar in porties op de composthoop.
  • Zorg voor voldoende vochtigheid. De composthoop mag niet te nat of te droog worden. Af en toe een beetje water is prima, maar bij te veel regen spoelen de voedingsstoffen uit, of kan een tekort aan lucht ontstaan in de composthoop. Plaats de composthoop dus niet onder een afdak, en ook niet in een open veld. Onder een boom, half beschut tegen zon en regen, is een goede plek.